Het komt nogal eens voor dat de begrippen kunstenaar en beeldend kunstenaar met elkaar
worden verward. In een verslag van de discussie de “De regio als muze” (Assen 9 oktober 2003) wordt het forum voorgesteld en worden drie van de vier
deelnemers kunstenaars genoemd. Onduidelijk is in welke tak van de kunst zij bezig zijn. Een is schrijver / dichter, de ander theatermaker. Het lijkt mij
dat er behoefte is aan een duidelijke omschrijving van de betekenis van de woorden Kunst en Beeldende Kunst.
Volgens de definitie van het woord kunst moeten we naar de betekenis van “schone kunst”. De omschrijving die het woordenboek geeft: kunstenaar =* iemand
die de schone kunsten beoefent: bouwkunst, dichtkunst en beeldende kunst, (Kramers 1983) is te beperkt. Volgens deze omschrijving hoort de dichtkunst
onder de kunsten, maar theater niet. Theater kan, als dat op hoog niveau wordt gemaakt, tot de kunsten worden gerekend en dus een theatermaker, kunstenaar
worden
genoemd, als hij de nodige kwaliteiten bezit. De aanduiding wordt dan gebruikt als waardering van de kwaliteit van het werk. Voor het onderdeel beeldende
kunst is ook een verdere definitie noodzakelijk. Daar geeft Kramers opnieuw een te beperkte definitie: Beeldhouw-, schilder-, teken- en graveerkunst
grafiek: tweedimensionale techniek die door druk een (reproduceerbaar) beeld oplevert ch). Een uitbreiding met nieuwe media, die als beeldende kunst worden
gepresenteerd, zouden ondergebracht moeten kunnen worden in deze categorieën. Zo is er veel voor te zeggen om performances onder de categorie theater te
brengen, omdat zij niet onder zuiver beeldend valt, maar zeker als kunstvorm kan worden erkend. Muziek wordt hier niet als kunst omschreven terwijl er in
de definitie er wel naar wordt verwezen. (Muziek: aaneenschakeling van klanken als uiting van kunst en bij Musicus: toonkunstenaar, praktisch beoefenaar
de muziek). Juist omdat er in de definitie naar verwezen wordt kan het buiten de definitie van schone kunsten worden gelaten en als een aparte grootheid
worden beschouwd.
Een ander lid van het voornoemde forum noemt zichzelf projectmanager van het instituut voor de loslopende mens en zegt dat hij het individualisme een eigen
vorm probeert te geven. En “zoekt hij een balans tussen kunst, economie en spiritualiteit”. Hier is volkomen onduidelijk wat de persoon is? In welke tak
van kunst is hij bezig? Over de inhoud van zijn woorden valt nog veel te zeggen. Vooral daar waar met de betekenis van het woord wordt geknoeid. De
intrinsieke betekenis van het woord individualisme is onder andere, het handhaven en doen gelden van de eigen persoonlijkheid of met andere woorden: het
handhaven van een eigen vorm. Een eigen vorm geven aan het individualisme? Betekend dat, dat hij het meer wil normaliseren of collectiveren? Het maakt,
hoe dan ook, op geen enkele manier duidelijk wat de persoon is of voorstaat. De vierde persoon is directeur van een filmfestival en ik neem dus aan, de
enige die niet als kunstenaar behoeft te worden aangeduid.
Het woord kunstenaar is een algemene aanduiding voor een persoon die zich op een van takken van kunst bezighoud, terwijl de beeldend kunstenaar zich bezig
houdt met het maken van beeldende kunst. Hoewel het begrip kunstenaar dus ruimer is, wordt het toch in engere zin gebruikt, omdat er een
kwaliteitscriterium gesteld wordt aan de producten die de kunstenaar produceert. Een musicus die zijn instrument tot in de puntjes beheerst, maar die het
aan muzikaliteit en bezieling ontbreekt zal men niet zo gauw kunstenaar noemen. Criterium voor bezieling is, dat een kunstenaar altijd het maximum uit zijn
optreden of productie zal willen halen, ongeacht de omstandigheden, zoals slecht instrument of zaal, ongeïnteresseerd publiek e.d. Voor muzikaliteit is
het de wijze van interpreteren en een persoonlijke visie op het stuk bij de uitvoering. In het eerste voorbeeld verzandt de musicus in ambachtelijkheid en
in het tweede zal men met recht van een kunst kunnen spreken. Hierin zijn dus ambachtelijke- en communicatieve kwaliteiten van belang. Bij muziek wordt er
meer waarde gehecht aan de communicatieve- dan aan de ambachtelijke-, maar het tweede kan in de meeste gevallen niet zonder het eerste. In de aanduidingen
voor beoefenaren van muziek vinden we een significant verschil; Musicus en muzikant. Ook een goed voorbeeld is, ballet ten opzichte van turnen. Beide
zullen ze een volledige lichaamsbeheersing, kracht en souplesse hebben, maar de uitblinker uit de eerste groep is een kunstenaar en uit de tweede- een
topsporter. Bij ballet is dan weer de toevoeging in de definitie: dans als uiting van kunst
I Over kwaliteit en smaak
Kwaliteit is opgebouwd uit verschillende lagen die gezamenlijk in een gemiddelde het totaal van kwaliteit uitmaken. Elke laag; ambachtelijkheid, techniek,
kennis, toepassing van de beeldmiddelen en beeldtaal, handschrift (intuïtie), originaliteit, visie, smaak, bezieling, vorm, inhoudelijkheid, speelt een
eigen rol en kan in meer of mindere mate aanwezig zijn of zelfs ontbreken, deze lagen zijn de kwaliteiten. Wij herkennen daarin twee groepen te weten de
productieve- en de communicatieve- of ideologische kwaliteiten.
Voor sommige van deze kwaliteiten is het eenvoudiger de hoogte vast te stellen dan van andere. Vaak kun je voor het ontdekken van visie niet zonder de
uitleg van de maker, bijvoorbeeld door titel of bijschrift, maar de productieve kwaliteiten zijn voor iedereen met een beetje inzicht te herkennen.
Beeldende kunst moet vooral beeldend zijn en elke kwaliteit, indien aanwezig moet de bedoeling van de maker duidelijk maken, of ondersteunen, zonder al te
veel woord en/of geluid. Beeldende kunst is alleen beeldende kunst, als er geen andere functie aan is gegeven dan beeldende kunst, anders is het toegepaste
kunst of vormgeving.
Productieve kwaliteiten zijn meestal geen doel op zich, maar hebben een ondersteunende functie.
In een grafiek met een schaal van 1 tot 10 zou bijvoorbeeld de communicatieve- ideologische kwaliteiten op 10, ambachtelijkheid op 0 kunnen staan. Terwijl
bij het ontbreken van het gebruik van beeldmiddelen, de kennis daarvan in grotere mate aanwezig zal zijn. Persoonlijke smaak is niet relevant voor
beoordeling van de kwaliteit van een kunstwerk, kwaliteiten liggen besloten in het kunstwerk en zijn autonoom. Zij kunnen niet door mode, heersende
opvattingen of persoonlijke smaak van de beschouwer worden beïnvloed. Het is de intrinsieke waarde van het werk.
Productieve kwaliteiten:
ambachtelijkheid, gebruik van de techniek, kennis, toepassing van de beeldmiddelen en beeldtaal, handschrift (intuïtie),
Communicatieve kwaliteiten:
beeldtaal, originaliteit, visie, idee, bezieling, vorm, inhoud
Communicatieve kwaliteiten
In communicatie zijn we aangewezen op taal. In de beeldoverbrenging is dat niet anders. Elk beeldend product wil een “boodschap” over brengen. Hoewel er
zonder twijfel mensen zijn die het tegendeel beweren, is deze inhoud altijd aanwezig. Zonder inhoud geen product. Zoals wij in de taal, in staat zijn om de
inhoud of betekenis van een woord of uitdrukking te begrijpen zonder dat wij ons af hoeven vragen, hoe die inhoud of betekenis is opgebouwd. Bijvoorbeeld:
zoals we bij het woord fles niet denken aan voorwerp van glas of andere materie, die een stof, al dan niet in vloeibare vorm, kan bevatten en die aan een
zijde afgesloten kan worden, waardoor de stof tegen invloeden van buitenaf of processen van binnenuit beschermd wordt. Toch is deze betekenis en meer,
geheel in het woord fles opgesloten. Elk woord heeft een betekenis en de samenstelling van woorden vormen de inhoud. Een woord zonder betekenis is zinledig
en dus geen woord. Een zinledig woord kan wel inhoud hebben, al was het alleen maar om het bewijs te leveren dat een woord gemaakt kan worden zonder dat
het een betekenis heeft, maar natuurlijk ook woorden die gebruikt worden om een geluid uit te drukken zoals in een stripverhaal: Pow, auch, wroom en wam.
Ook in beeld kan men niet ontsnappen aan de betekenis of inhoud. Elke motivatie om een beeld te scheppen, zorgt direct voor de betekenis van dat beeld en
geeft het inhoud. Het beeldverhaal wordt verstaan zoals wij een woord of uitdrukking verstaan, soms zal dat woord voor woord, zijn soms is het hele verhaal
duidelijk in al zijn complexiteit. Er van uitgaande dat de beeldtaal in ieder geval veel universeler is dan de spreektaal kunnen we er ook van uitgaan dat
die taal voor eenieder in meer of mindere mate te volgen moet zijn. Naarmate de leesbaarheid van een beeldend object minder wordt neemt daarbij de
communicatieve waarde af. Vreemd is dat met name die werken die de pretentie meekrijgen veel inhoud te hebben, nogal eens onleesbaar zijn. Daarom wordt
vaak in woord toegelicht, wat men in het beeld zou moeten- of zou kunnen zien. In het artikel “Categorisch Imperatief van Mike Kelley”, (Pietje Tegenbosch
in Vitrine van augustus/september 2000) tekent de schrijfster uit Mike Kelley’s mond op: “………een historische gerichtheid of in elk geval een soort spel met
de historische achtergrond van mijn begrip van het formele. Dat “historische perspectief” bracht me ertoe om het werk te brengen als “beeld plus verhaal”,
dus om er een tekstueel element aan toe te voegen…” Overigens blijft er soms van de boodschap bij nadere beschouwing zo weinig over dat men in de
beschrijving niet verder komt, dan het simpele gegeven kleur.
II Over zoeken en vinden
Er is een opvatting dat de belangrijkste kwaliteit van beeldende kunst de vondst is, gevonden door een beeldende kunstenaar.
Door een intellectueel proces wordt een idee vormgegeven. De vorm kan niet ter discussie staan, omdat het de enige oplossing is voor het gegeven idee. De
grens tussen vorm en inhoud is daarmee vervallen. De inhoud is de vorm.
Al in het begin van de twintigste eeuw werd deze opvatting gehuldigd. De vondst was, dat men zelfs gevonden voorwerpen tot kunst kon verklaren, mits er
een kunstenaar achter stond. Vervolgens verklaarde weer een andere groep, dat een ieder die zichzelf tot kunstenaar uitroept ook kunstenaar is.
Opnieuw een vondst. De kunstenaars die deze vondsten deden, deden zichzelf daarmee ernstig tekort. Een woord wordt zinledig en overbodig als het van
toepassing is op alle objecten. Het maken van onderscheid tussen verschillende objecten wordt overbodig en daarmee ook de naamgeving van deze objecten.
Een flessenrek is alleen dan een flessenrek als deze ook dienst kan doen als flessenrek.
Het wezen van het object ligt in de naamgeving opgesloten. Een voorbeeld is: het ”Ballet Statique” dit zou de omschrijving kunnen zijn, van een
grensverleggend Ballet, waarbij de dansers op een stuk muziek volledig stilstaan op een willekeurige plek op het toneel. Het kan echter de omschrijving
niet zijn, omdat het wezen van woord ballet dans; beweging is en het tweede woord; statique, daarmee in conflict is. Zoals het werkelijk bestaande
“muziekstuk” 4’33’’ van John Cage, waarin een orkest minutenlang geen enkele klank voortbrengt. Of het Nonfecitaire (het niet gemaakte) kunstwerk, dat
geen enkel zichtbaar product oplevert, maar slechts in het hoofd van een beeldend kunstenaar is geconcipieerd. Het is duidelijk, dat als de betekenis van
het woord niet terug te vinden is in het object, het gebruik van het woord ongeldig is. Muziek kan weliswaar stilte omsluiten, als wezenlijk onderdeel van
muziek (Brückner), maar de stilte zelf kan als tegenstelling van geluid, nooit als muziek aangeduid worden. (Muziek: aaneenschakeling van klanken als
uiting van kunst, klank: geluid).
De stelling dat een kunstwerk is; dat wat door een kunstenaar gemaakt is, is niet houdbaar. Het omgekeerde wel; een kunstenaar is een persoon die een
kunstwerk heeft gemaakt. In het voorbeeld van het “muziekstuk”, kan de persoon, die het stuk “Stilte”, concipieerde op grond van deze prestatie alleen,
geen componist genoemd worden, er is immers geen sprake van een handeling die leidt tot het product compositie. Niet het ontkennen van de geldigheid van
het concept is kortzichtig, maar het ontkennen van de betekenis van het woord. Overigens is daarmee niet ontkend, dat de betekenis van een woord zich kan
verruimen.
III Over talent en artisticiteit
Talent is een pakket van eigenschappen die het een mens mogelijk maakt uitdrukking te geven aan een idee.
De aspecten van talent gaan min of meer paralel aan de kwaliteiten: geloof in eigen kunnen, visie, intelligentie, inventiviteit, vaardigheid, vermogen tot
waarneming en opname, moed, doorzettingsvermogen. Ook daarin zijn de twee groepen productief en communicatief te onderscheiden. Talent is geen constante.
Omdat de afzonderlijke aspecten van talent kunnen fluctueren, kan ook de het talent fluctueren. Over het algemeen wordt talent als ondergrond voor het
creatieve vermogen beschouwd, iets wat vooral bij jonge mensen voorkomt. Omdat ik er vanuit ga, dat een kunstenaar in staat moet zijn om zijn/haar hele
leven te groeien, zal dus het talent ook het hele leven aanwezig blijven. Mogelijk zal het vermogen tot opnemen afnemen, maar zal de vaardigheid dit
compenseren met een toename.
Het begrip Artisticiteit is eigenlijk pas in de laatste 150 jaar van belang geworden. Voor 1850 zijn vooral de andere aspecten van belang. Ook
originaliteit wordt voor deze periode maar matig op prijs gesteld of nodig gevonden. Maar wat is artisticiteit? Ik zal, hoewel er stellig vele opvattingen
over zijn, proberen daar een antwoord op te geven. Artisticiteit is het talent van de kunstenaar. Het is dus geen onderdeel van de kwaliteiten, maar het
pakket van mogelijkheden om de kwaliteiten toe te passen. Maar hoe herkennen we het dan? Artisticiteit is vooral in de communicatieve kwaliteiten: vorm,
inhoud en visie te zien. De herkenning daarvan is echter meestal nogal tijdgebonden en cultureel bepaald. In de visuele waarneming is herkennen immers een
bevestiging van dat wat wij al kennen en een dwingende factor in de appreciatie en aanvaarding. Hoewel in deze tijd veel kunstliefhebbers, originaliteit
(vernieuwing) hoog in het vaandel hebben staan, is de werkelijke originaliteit on-her-kenbaar. Dus vindt al even weinig erkenning als voor anderhalve eeuw
geleden. Men heeft echter de oplossing gevonden in het omhoog tillen van het onherkenbare (Fuchs e.a.) en daarmee is het onherkenbare de enige herkenbare
kwaliteit geworden. Overigens is dit natuurlijk weer een meetbare kwaliteit.
Als visie in het object ontbreekt, is het zinloos om overige kwaliteiten te meten.
IV Over zichtbare en onzichtbare visie
Over het begrip visie, zoals dat in de conclusie van de voorgaande paragraaf werd gebruikt, is nog het een en ander te zeggen. In deze stelling lijk ik uit
te gaan van de premisse dat visie altijd herkenbaar is in het product en ontbreekt indien dat niet het geval is, maar is dat in alle gevallen waar. Of is
het mogelijk om een niet herkenbare visie, onzichtbaar in of achter het product te hebben.
Wat kunnen wij onder visie verstaan. De letterlijke betekenis van het woord is: inzicht, zienswijze (opvatting) en kijk op iets hebben. Herkenbaar in deze
definities is een driedeling in: kennis hebben - en gebruik maken van daarvan - en reageren op het gekende.
Cognitieve, contemplatieve en reflectieve visie.
In de beeldende kunst zal dat leiden tot:
Cognitieve visie: Inzicht hebben in de kunst in het algemeen en in een zekere mate kennis hebben van het gemaakte.
Contemplatieve visie: Zienswijze een zelfstandige opvatting hebben over kunst of over ongeacht elk ander aspect van het zijn.
Reflectieve visie: Een kijk op iets hebben: het becommentariëren van, mening geven- en een oordeel hebben over deze aspecten.
Als deze drie onderdelen van de definitie worden gebruikt, is het in de beeldende kunst niet alleen, kennis van de kunst in het algemeen, maar ook
weergeven van de reactie daarop in het eigen product in het bijzonder. Visie is dus, in dit geval, de in het kunstwerk herkenbare opvatting van de
kunstenaar.
Het is een reactie op producten van de kunstenaar zelf of andere kunstenaars of op willekeurig welk ander aspect van het leven.
Om de visie in het product te herkennen is inzicht en visie van dezelfde aspecten noodzakelijk. Niet uitgesloten is echter, dat er een visie in het werk
wordt gegeven die aan de beschouwer niet bekend is, maar die visie zal altijd in het werk aanwezig moeten zijn om de beoordeling van kwaliteiten zinnig te
maken. Indien de communicatieve kwaliteiten voldoende aanwezig zijn, zal visie worden herkend ongeacht de inhoud daarvan. Het beoordelen van de kwaliteiten
staat los van de visie van de beoordelaar, zoals ook persoonlijke smaak los dient te staan van de kwaliteiten.
In een ander geval zou een beschouwer die agnostische of atheïstische opvattingen heeft, geen kwaliteitsoordeel kunnen hebben, over een werk met een
religieuze boodschap of - inhoud.
Prosities:
Visie staat los van de geldende normen
Visie is onaangepast
Visie is eigenwijs
Visie als reactie op het bestaande
Visie als gevolg van het bestaande
Visie als commentaar op
V Over middelen
Alle middelen zijn geoorloofd om te komen tot het gewenste resultaat, is het doel echter, om door beeld een idee vorm te geven zal men zich niet kunnen
bedienen van andere middelen dan die, die het beeld ondersteunen. Fotografie en video zijn dus niet zonder restrictie objecten van beeldende kunst, omdat
zij zelf middel zijn.
Ook kan men zich niet van de ene techniek bedienen en dat onder een andere techniek benoemen. Een schilderij is geen grafiek, een tekening geen
beeldhouwwerk. Ook dit zien we de laatste decennia nogal gebeuren, in ijdele pogingen grenzen te verleggen. Op een lezing over textielkunst in Hongarije,
twintig jaar geleden, toonde men een dia van een brandende TL balk in het bos en men gaf de uitleg dat er ook veel textielkunst gemaakt wordt met andere
materialen. De vraag werd gesteld waar het textiel in het getoonde object was. Men bleef het antwoord schuldig, maar vond de vraag irrelevant en
kortzichtig. Het vernieuwende in het object was kennelijk niet het “kunstwerk” zelf, want dat was al eerder gedaan als installatie, maar de gebruikte
techniek; textiel.
VI Beeldende kunst als deel van een proces.
Men hoort soms de opvatting dat beeldende kunst een deel is van een proces, althans dat het product een fase is van dat proces. In deze opvatting is
kwaliteit alleen te herkennen als het proces bekend is. Een standpunt dat enige tijd geleden, door Moniek Toebosch werd gehuldigd in het programma RAM van
de VPRO (2003).
Is het aan te tonen dat bovenstaande opvatting geen stand kan houden? Voor de bewijsvoering moeten we kijken of het begrip proces is toe te voegen aan de
lijst van kwaliteiten zoals eerder omschreven. Daarvoor moeten we vaststellen dat het woord proces in afleiding van het woord procédé (=werkwijze,
ontwikkeling) wordt gebruik. Een werkwijze is de opeenvolging van gekozen handelingen een product tot gevolg hebbende en ontwikkeling is een opeenvolging
van handelingen of gedachten die een groei aantonen. In de bovenstaande opvatting is het proces zelf, een reeks van ontwikkelingen die uiteindelijk leiden
naar een specifiek product. De producten die gemaakt zijn voor het aanvangen van het te beoordelen product, vormen daarin het proces. Omdat de kwaliteiten
juist, in meer of mindere mate, aanwezig zullen zijn in het product zelf en het proces voor het tot stand komen van het product plaatsvindt kan het niet
worden toegevoegd aan de kwaliteiten. Als het proces gebaseerd is op een visie (zie IV) en niet op de ontwikkeling daarvan, zou dat herkenbaar en/of
aanwezig moeten zijn in het product. Indien dat het geval is moet het mogelijk zijn om het werk te beoordelen op kwaliteit zonder dat men kennis heeft van
het voorliggende proces. Omdat het product altijd een uiting is van een moment, of van een reeks samengevoegde momenten, is het niet mogelijk het proces
van de visie, zoals bedoeld, in een werk zichtbaar te maken, zodat het niet als kwaliteit toegevoegd kan worden aan een van de groepen van kwaliteiten.
Voor het beoordelen van de kwaliteiten van het proces van het tot stand komen van het product zelf, gelden de eerder genoemde productieve kwaliteiten.
De opmerking van Toebosch is niet houdbaar, omdat als er van uitgegaan wordt dat het product alleen op kwaliteit te beoordelen is in samenhang met de
producten die eraan voorafgingen of er op volgen. Een vergelijkende kwaliteitsbeoordeling ten opzichte van het werk van dezelfde kunstenaar zegt niets
over de kwaliteit van het werk, omdat het niets zegt over de kwaliteit van de overige werken van de maker. “Het is het beste werk tot nog toe”, zegt
niets over de kwaliteit van dat werk en nog over de kwaliteit van de voorgaande werken.
Beeldende kunst is het product van een proces, maar is op kwaliteit volledig zelfstandig en los van het proces te beoordelen. Het wezen van kwaliteit is
dat het te herkennen is zonder enige achtergrondinformatie.
VII Over bezieling (opzet)
Geestdriftig maken, inspireren, aandrijven motiveren, een ziel geven aan, enthousiasme, Geestdrift. Achterliggende herkenbare drijfveer, beweegreden,
communicatief: de inhoud van de boodschap, productief: wijze van het gebruik van de beeldmiddelen om de boodschap over te brengen. (niet ambachtelijk)
VIII Over kwaliteit en succes
Als wij spreken over succes in de markt , is de hoogte van kwaliteit, niet in verband te brengen met succes. Als er een conclusie is die niet kan worden getrokken uit financieel succes dan is het wel dat het komt door kwaliteit. Noch dat kwaliteit is te herkennen aan de mate van succes in de markt. Succes kan het gevolg zijn van kwaliteit. Maar kwaliteit nooit van succes.
Het is merkwaardig dat weldenkende mensen en zelf mensen die met beeldende kunst bezig zijn denken dat die conclusie wel te rechtvaardigen is. Het doet mij denken aan de verkoper die antwoord op de vraag:”. Is dit een goed product?” met: “ Ik verkoop het heel veel”. Ook de vergelijking met eten lijkt mij overduidelijke punten te geven, die de veronderstelling; kwaliteit is gekoppeld aan succes onder druk zet. Misschien is het begrip Big Mac al voldoende om de meesten direct te doen begrijpen dat het niet juist kan zijn. Behalve misschien de Amerikanen maar die zijn dan ook te dik.
Het kan zelfs zijn dat commercieel succes de kwaliteit onder druk zet, een voorbeeld. Ik heb een zeer getalenteerd collega, die na jaren zwoegen succes ging behalen. Bekende galeries nodigden hem uit voor tentoonstellingen in en in korte tijd was hij zo succesvol dat al zijn werken op een tentoonstelling verkocht werden. Het had tot gevolg dat hij zijn succesjes moest herhalen. Enerzijds om zijn afspraak met de volgende galerie te kunnen nakomen en anderzijds omdat het gewoon lekker is om een keer een ruimer atelier te kunnen betrekken en een goede auto te kopen, menselijk zou ik zeggen. Hij schilderde dus in het zelfde thema steeds weer zijn werkje om aan de vraag te kunnen voldoen. Het is onnodig om te zeggen wat dit voor gevolg had.
Nu zijn er stellig collega’s die zich dit gevaar niet zien, zich wentelen in hun succes en steeds matiger en oninteressante werkjes afleveren. De illusie een groot en succesvol kunstenaar te zijn houdt stand tot de markt ineens verzadigd is en collega X hard terug valt in succes en inkomen. Hij mist de boot omdat hij trendy werkjes heeft gemaakt en geen ontwikkeling heeft doorgemaakt de markt en de galerie heeft andere trends gevonden en de daarbij behorende artiest.
Mijn collega zag op tijd wat er gebeurde en schakelde een tandje terug. Hij krabbelde weer op ging een totaal andere weg op verkocht veel minder maar zijn werk werd weer krachtig en interessant. Gelukkig voor hem was zijn faam gebleven en verkocht hij ook zijn nieuwe werk.
Succes zit naar mijn mening in het hoofd van de beeldende kunstenaar, niet in zijn portemonnee. Ook daarvoor heb ik een zeer voor de handliggend en bijna obligate naam die tot begrip is geworden: van Gogh. Hoewel de arme man zelden het gevoel had,dat hij succes had in zijn werk en ook zeker streefde naar erkenning van kunsthandel en publiek. Zijn voor ons zijn successen evident.
Als je wilt komen tot kwaliteit en je behaalt daarin een redelijke hoogte, zou dat een persoonlijk succes te noemen zijn, maar uit een commercieel succes is niet de hoogte van de kwaliteit te meten. Toch hoor je in sommige kringen de vergissing nog al eens maken, dat een bewijs voor kwaliteit ligt in de mate van succes. Deze vergissing is niet voorbehouden aan het grote publiek, zelfs in de discussie voor het tot stand komen van de cultuurnota 2005-2008 van de provincie Drenthe werd verschillende malen deze vergissing gemaakt.
Proposities:
Beeldende kunst is een in beeld vormgegeven idee.
Beeldende kunst is geen eindproduct.
De beeldend kunstenaar is ondergeschikt aan de beeldende kunst.
Tijd en plaats van ontstaan van een object mogen niet van invloed zijn op de beoordeling van de kwaliteit.
Inhoud is geen verhaal, maar het achterliggende idee.
Fotografie:
Fotografie is geen beeldende kunst. Alleen als het object dat wordt afgebeeld, voorwerp is van beeldende kunst, tijdelijk is en alleen door fotografie kan
worden bestendigd.
